Trizonia heeft vier kleine stranden, allemaal van kiezel of grof zand. Er zijn geen georganiseerde stranden met stoelen en parasols, geen Blauwe Vlag-certificering en geen horeca op het strand zelf. Wat je wel krijgt, is water dat opmerkelijk helder is voor een binnenzee, een stille omgeving en een kuststuk dat weinig mensen kennen.
Pounda — het grootste strand
Pounda (ook gespeld als Punta) ligt aan de zuidkust van het eiland, ongeveer twee kilometer wandelen van het dorp. Het is het grootste strand van Trizonia, met grof roodachtig zand en grind. Vanuit Pounda kijk je recht naar de overkant van de Golf van Korinthe, naar de kust van de Peloponnesos en, bij helder weer, naar de Rio-Antirrio-brug in de verte. Het strand is onbewaakt en onbedienbaar per boot vanuit de haven; je komt er alleen te voet via het wandelpad.
Aspro Chalikia en Kapsales
Aan de oost- en zuidoostkant van het eiland liggen twee kleinere kiezelbaaitjes: Aspro Chalikia ("witte steentjes") en Kapsales. Beide kijken richting de Peloponnesos. Ze zijn klein, soms nauwelijks tien meter breed, maar het water is stil en ondiep genoeg voor kinderen. Je bereikt ze via de onverharde wandelpaden die het eiland doorkruisen; reken op twintig tot vijfendertig minuten lopen vanuit het dorp.
Zwemmen bij het dorp
Direct bij de dorpskern, aan de kade en vlak achter de haven, zijn kleine plekjes waar mensen het water ingaan. Het is geen strand in de klassieke zin — eerder een stuk kust met kiezel en rotsen — maar het water is bereikbaar en rustig. Voor wie geen zin heeft in een lange wandeling, volstaat dit prima.
Eerlijk gezegd
De stranden van Trizonia zijn niet de mooiste van Griekenland. Ze zijn klein, sober en ongeorganiseerd. Wie op zoek is naar een Blauwe Vlag-strand met ligstoelen, is beter af in het nabijgelegen Nafpaktos, dat twee georganiseerde stranden heeft op tien minuten rijden van de veerboothaven. Maar wie een ongestoord stukje kust wil voor een ochtendduik op een plek die de toeristische kaart nauwelijks haalt, vindt dat hier wel.