Volax is in Griekenland bekend vanwege één ding dat je nergens anders zo terugvindt: de mandenvlechters. Eeuwenlang was het vlechten van riet- en wilgenmanden het belangrijkste ambacht van het dorp. Plastic verdrong de handmand bijna volledig, maar in Volax zijn er nog altijd een handjevol ambachtslieden die het vak uitoefenen — en hun werk verkopen aan bezoekers die de moeite nemen om er naartoe te rijden.
De laatste mandenmakers
Het zijn er maar een paar — berichten spreken van drie tot vijf actieve vlechters. Ze werken in kleine ateliers aan huis, doorgaans met de deur open, zodat je naar binnen kunt kijken. Je ziet ze aan het werk: riet over de knie, handen die in een vast ritme door de vlechting gaan. Veel van hen zijn op leeftijd; het is een ambacht dat niet makkelijk wordt doorgegeven.
De manden zijn niet geselecteerd op toeristenappeal. Het zijn gebruiksvoorwerpen: marktmanden, boodschappentassen, kleinere decoratieve stukken. Stevige kwaliteit, eerlijke prijzen. Een middelgrote mand kost doorgaans tussen de twintig en vijftig euro, afhankelijk van grootte en complexiteit — maar ga niet af op vaste prijzen, onderhandelen is gewoon.
Let op
De ateliers hebben geen vaste openingstijden en zijn niet altijd open. Vraag in het dorpscafé of bij de taverna wie er die dag aan het werk is. In de zomer, als er meer bezoekers zijn, zijn de kansen groter dat je iemand thuis aantreft.
Wat je nog kunt meenemen
Verder heeft Volax weinig winkels. Er zijn geen souvenirwinkeltjes in de gebruikelijke zin, geen minimarkten. Het dorp is daar eerlijk gezegd te klein voor. Wie lokale Tinoswijn of kaas zoekt, koopt die beter in Tinos-stad of onderweg bij een van de dorpswinkeltjes langs de weg.
Tinos als eiland staat bekend om zijn marmeren beeldhouwerk (zie Pyrgos), zijn loukoumades en zijn verse kaas — maar dat is elders op het eiland makkelijker te vinden dan hier.