Volax ligt op een plateau zo'n 284 meter boven zeeniveau, elf kilometer ten noordwesten van Tinos-stad. Het dorp telt misschien vijftig inwoners, maar het landschap eromheen is volstrekt uniek: duizenden ronde granieten rotsblokken — sommige zo groot als een huis — liggen verspreid over het terrein alsof een reus ze er heeft neergelegd. Nergens in Griekenland zie je iets vergelijkbaars.
Waarom Volax?
Het is geen dorp dat je bezoekt om de taverna's of de stranden. Je komt naar Volax voor dat ene moment waarop je tussen de boulders staat en beseft hoe klein je bent. De rotsblokken zijn 15 tot 25 miljoen jaar oud; chemische verwering en wind sluipten er decennia aan, tot ze hun perfecte, bijna bolvormige gedaante kregen. Oud-Grieken dachten dat de Titanen en Olympische goden hier hun strijd uitvochten en de stenen als wapens gebruikten.
Naast het rotslandschap heeft Volax twee dingen die het de moeite waard maken: een levende traditie van handgevlochten manden, en een paar eigenwijze details die het dorp zijn karakter geven — gedichten van Ritsos en Seferis op verveloze luiken, een openluchttheater in een oude steengroeve, een klein folklorisch museum.
Ligging en bereikbaarheid
Tinos-stad heeft een centraal busstation op loopafstand van de haven. Van hieruit rijden bussen naar Volax; het traject duurt circa 25 minuten. Een huurauto geeft meer vrijheid, want de bussen rijden niet onbeperkt — controleer de dienstregeling van KTEL Tinos ter plaatse of online, want tijden wijzigen per seizoen.
Met de auto rij je via de hoofdweg richting Pyrgos en sla je af naar het binnenland; de weg is smal maar goed geasfalteerd. Parkeren kan langs de weg net buiten het dorpje.
Beste reistijd
Volax is het hele jaar bezoekbaar, maar in de zomer (juli–augustus) zijn er voorstellingen in het openluchttheater en is het folklore museum open (van Pasen tot eind oktober). In de lente staat het droge gras nog groen en zijn de rotsblokken op hun mooist in het ochtendlicht. In de winter is het dorp vrijwel uitgestorven, maar ook dan de moeite waard als je de stilte opzoekt.
Praktisch
Neem water en zonnebescherming mee — er is nauwelijks schaduw tussen de rotsblokken. Het dorp heeft één of twee kleine cafés en taverna's; reken niet op een uitgebreide kaart. De mandenwinkels zijn doorgaans overdag open, maar geen vaste tijden. Vraag bij het café na wie er open is.