Mylopotamos is klein, maar zijn bezienswaardigheden liggen gelaagd als een toevallig opengevallen geologie-boek. Het dorp zelf is het vertrekpunt; alles begint hier en loopt uit in ravijnen, verlaten vestingen en een grot die dieper gaat dan je verwacht.
De Fonissa-waterval en zwemkom
Op tien minuten lopen van het dorpsplein verschijnt de Fonissa — ook Neraida genaamd — als een witgrijze streep tussen donker overhangende rots en groen gebladerte. De waterval valt zo'n twintig meter en verzamelt zich in een ondiepe kom met opmerkelijk turquoise water. Zwemmen kan, maar het water is zelfs in augustus fris; wie het probeert begrijpt meteen de naam "Fonissa" (moordenares), die zijn oorsprong heeft in een legende over een jong meisje dat hier verdronk.
Het pad naar de waterval loopt langs de Neraida-beek, beschaduwd door platanen. Het is smal maar goed begaanbaar voor iedereen met fatsoenlijk schoeisel. In april en mei kabbelt het water zo hard dat je het al honderd meter voor aankomst hoort; in een droge zomer kan het toch teleurstellend weinig zijn. Navragen in het dorp loont.
Praktisch
Gratis toegang. Parkeer op het kleine dorpsplein. Er zijn geen voorzieningen bij de waterval zelf; neem water mee. Het pad is ook in omgekeerde richting (vanaf Kato Chora) te lopen als onderdeel van een lus van 4,8 kilometer.
De verlaten watermolens van Neraida
Langs dezelfde beek die de waterval voedt stonden ooit tweeëntwintig watermolens. Ze maalden tarwe voor de eilandbewoners en draaiden op de kracht van het bergwater. Eenentwintig zijn er tot ruïne vervallen; de stenen omhulsels en hun granieten molenstenen liggen half begraven in begroeiing. Alleen "Phil's molen" — al ruim 350 jaar in bezit van dezelfde familie, nu in de handen van de kleinzoon — is nog intact en functioneel.
De ruïnes zijn niet gerestaureerd of afgebakend, en dat is juist hun kracht. Je loopt er gewoon langs, kijkt in donkere gaten, leest de verwering af als een tekst. Het wandelpad van de dorpskern naar Kato Chora passeert de meeste voormalige molens; plan minimaal twee uur voor de volledige route.
Kato Chora — het Venetiaanse spookstadje
Minder dan een kilometer ten westen van het dorp, op een rotsuitsteksel dat uitkijkt over de heuvelflank, ligt Kato Chora. Het Venetiaanse kasteel werd omstreeks 1502 gebouwd als onderdeel van de eilandverdediging; daarvóór dateerden kerken en huizen al uit de veertiende eeuw. De laatste bewoners verlieten het stadje in de jaren vijftig van de vorige eeuw toen het leven in de moderne kern gemakkelijker werd. Sindsdien staat het stil.
Boven de poortboog kijkt de Leeuw van San Marco neer — het symbool van de Venetiaanse Republiek, goed bewaard gebleven ondanks de eeuwen. Binnen de vestingmuren kronkelen smalle straatjes langs half ingestorte huizen en een handvol kapellen. Sommige kerken bezitten Byzantijnse fresco's en een post-Byzantijnse iconostase; de schilderingen zijn vlak maar herkenbaar. Toegang is gratis en onbewaakt; ga niet naar binnen in instabiele gebouwen.
De grot van Agia Sofia
Vanuit Mylopotamos leidt een geasfalteerde weg naar de westkust van het eiland, waar de grot van Agia Sofia in een klif uitkomt. De grot omvat 2.200 vierkante meter en bevat druipstenen in witte, rode en zwarte tinten die de bezoekers de afgelopen decennia altijd opnieuw verrassen. Diep in de grot staat een kleine kerk — de kerk van Agia Sofia — met een dertiende-eeuwse iconostase en rotsschilderingen uit diezelfde periode.
De grot is gewoonlijk geopend van begin mei tot eind september, dinsdag tot en met zondag van 10:00 tot 17:00. Bel vooraf naar 27360-31338 om actuele openingstijden en de toegangsprijs te bevestigen, want het beheer wisselt en er zijn seizoenen geweest waarbij de grot tijdelijk gesloten was voor onderhoud.
| Aantrekking | Toegang / Kosten |
|---|---|
| Fonissa-waterval | Gratis, altijd open |
| Watermolens Neraida | Gratis, wandelpad |
| Kato Chora (kasteel) | Gratis, onbewaakt |
| Grot Agia Sofia | Betaald; reken op enkele euros p.p. — controleer ter plaatse |