Tinos verbaast bezoekers die het vooraf alleen associëren met pelgrimage. Want naast de indrukwekkende Panagia Evangelistria biedt het eiland een landschap vol unieke volksbouwkunde, middeleeuwse resten en een stille, bijna vergeten binnenlandse wereld.
Panagia Evangelistria
De kerk staat bovenaan de hoofdstraat van Tinos-stad en is het eerste wat je vanuit de haven ziet. De bouw begon in 1823 nadat de non Pelagia Evangelistria meldde dat de Maagd Maria haar in een visioen de locatie van een verborgen icoon had getoond. Het icoon — versierd met goud, zilver en edelstenen — wordt in de onderste kapel bewaard en geldt als wonderdadig. Jaarlijks komen honderdduizenden gelovigen het vereren.
De kerk heeft twee grote pelgrimsfeesten. Op 25 maart (Maria-Boodschap, tevens Griekse nationale feestdag) en op 15 augustus (Maria Hemelvaart) stroomt het eiland vol. Sommige gelovigen leggen op 15 augustus de gehele route van de haven tot de kerktrap af op handen en knieën — een overlevering die al generaties wordt doorgegeven.
Buiten de feestdagen is de kerk open en vrij toegankelijk. Het bijbehorende museum toont ex-voto's, schilderijen en historische documenten. De marmeren vloer en de uitbundig bewerkte altaarruimte zijn ook op een gewone doordeweekse dag de moeite waard.
Praktisch
De kerk is dagelijks open, vroeg in de ochtend tot laat in de avond (exacte tijden variëren per seizoen). Kledingvoorschrift: schouders en knieën bedekt. Toegang is gratis. Het museum vraagt een kleine entree.
De duiventillen van Tinos
Wie over het Tiniotische platteland rijdt, stuit om de paar minuten op een witte toren met een ingewikkeld patroon van leistenen poortjes: de peristerionas, of duiventil. Tinos heeft er meer dan 600, een concentratie die nergens elders in Griekenland wordt geëvenaard.
De duiventillen zijn een erfenis van de Venetianen, die het eiland van 1390 tot 1715 bezaten. Ze bouwden deze twee- tot drielaagse constructies om duiven te houden, niet alleen als voedsel maar ook als bron van mest voor de droge akkers. De architrave rondom de instapopeningen zijn bewerkt met geometrische motieven — elk gebouw uniek, elk een staaltje volkse architectuur op hoog niveau. De mooiste concentraties vind je in het midden en noorden van het eiland, rondom dorpen als Tarampados en Ktikados.
Exomvourgo — het Venetiaans fort
De berg Exomvourgo (640 m) domineert het hart van Tinos. Op de top liggen de puinhopen van de Venetiaanse citadel die in 1715 door de Ottomanen werd ingenomen en vernield — het laatste Venetiaanse bolwerk in de Cycladen dat viel. De wandeling omhoog vertrekt vanuit Xinara, duurt ruwweg een uur en volgt een goed begaanbaar pad. Bovenaan lig je letterlijk boven de wolken en zie je op heldere dagen Andros, Syros en Mykonos tegelijk.
Rondom de berg liggen een tiental dorpjes op de flanken, elk verbonden via het oude netwerk van stenen paden (kalderimi). Het lopen van dorp naar dorp via deze paden is voor veel wandelaars het hoogtepunt van een bezoek aan het binnenland van Tinos.
Moni Kechrovounio
Halverwege het eiland, op een heuvelrug ten zuiden van Tinos-stad, staat het klooster Moni Kechrovounio. Het complex dateert uit de elfde eeuw en wordt nog altijd bewoond door nonnen. Hier leefde de non Pelagia Evangelistria die het visioen had dat leidde tot de ontdekking van het heilige icoon. Het klooster is bezienswaardig om zijn sfeer en architectuur; bezoek is mogelijk maar houd rekening met kleedvoorschriften en de rust die het kloosterleven vereist.
Het museumkwartier van Tinos-stad
In de buurt van de kerk liggen meerdere kleine musea. Het Archeologisch Museum toont vondsten van het nabijgelegen heiligdom van Poseidon en Amphitrite in Kionia — een van de weinige Poseidontempels in de Cycladen. Het Museum voor Marmersnijkunst (in Pyrgos, zie ook de pagina voor Pyrgos) documenteert de rijke beeldhouwtraditie van het eiland.