Op 17 maart 1821 klonken in Areopoli de eerste kanonschoten van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog. Petrobey Mavromichalis, de bey van de Mani, verzamelde hier twaalfduizend Manioten om de strijd aan te gaan met het Ottomaanse Rijk. Tweehonderd jaar later is het dorp nauwelijks veranderd: grijze torenhuizen klimmen omhoog langs smalle geplaveide straatjes, kerken vol fresco's verstopt in binnenplaatsen, en de rauwe berglucht van de Taygetos op de achtergrond.
Ares of wind?
De naam Areopoli is pas in 1912 officieel geworden, vernoemd naar Ares, de Griekse god van de oorlog — een knipoog naar de strijdlustige reputatie van de Manioten. Daarvoor heette het dorp gewoon Tsimova. Die oude naam kom je nog steeds tegen op borden en in de volksmond.
Het dorp ligt op circa 256 meter hoogte in de heuvels van de westelijke Mani, op zo'n 75 kilometer van Kalamata en 35 kilometer ten zuiden van Gythio. Het is de hoofdplaats van de gemeente Itylo en het logische startpunt voor wie de Meso Mani (Binnenste Mani) wil verkennen.
Twee gezichten
Areopoli heeft een oud en een nieuw gedeelte. De Kato Agora — de lagere markt — is het historische centrum: een doolhof van keienstraatjes, torenhuizen in verschillende staat van verval, kapelletjes met halfopen deuren en winkeltjes die honing, syglino en olijfolie verkopen. De sfeer is hier tijdloos, ook al is de espressobalk zichtbaar aanwezig.
Het nieuwe gedeelte draait om de Plateia Athanaton (Plein van de Onsterfelijken). Hier staat het bronzen standbeeld van Petrobey Mavromichalis — de man die op dit plein de opstand uitriep. Rondom het plein zitten cafés en tavernes, en op zaterdagochtend houdt hier de wekelijkse markt.
De torenhuizen
Manioten bouwden hun woningen als forten. Families die ruzie hadden — en dat hadden ze voortdurend — beschoten elkaars torens vanuit de ramen. De hoogte van je toren was een statussymbool. In de achttiende en negentiende eeuw stonden er in de Mani duizenden van deze pyrgoi; Areopoli telt er nog tientallen, sommige perfect gerestaureerd als hotel of vakantiehuis, andere slechts ruïne geworden.
De beste manier om de torenarchitectuur te bekijken is gewoon wandelen door de Kato Agora zonder route. De straatjes zijn smal genoeg om snel verdwaald te raken, maar klein genoeg om makkelijk terug te vinden.
In de buurt
Drie kilometer buiten het dorp ligt het historische haventje Limeni — turquoise water, tavernes aan het rotsstrand, en de voormalige toren van de familie Mavromichalis die het water inspecteerde. Richting het zuiden, op zo'n zeven kilometer, bevinden zich de Grotten van Diros bij Pyrgos Dirou — een van de spectaculairste ondergrondse bezienswaardigheden van Griekenland, alleen te bezichtigen per roeibootje over de ondergrondse rivier.
Wie wat verder rijdt, komt uit in het desolate zuiden van de Mani: de geesterdorpen rondom Vathia, het schiereiland van Tigani met Byzantijnse ruïnes, en de vuurtoren aan Kaap Matapan — het meest zuidelijke punt van de Griekse vasteland.
Wanneer gaan
Mei en september zijn ideaal: aangenaam warm, weinig drukte. Juli en augustus zijn heet (soms boven de 35 °C) en de dorpscafés raken vol met toeristen, maar Areopoli raakt nooit echt overstroomd zoals Oia of Lindos. Op 17 maart is het nationaal feest in het dorp, met een herdenkingsstoet. In de winter is het rustig tot uitgestorven.
| Regio | Lakonië, westelijke Mani |
|---|---|
| Hoogte | ca. 256 meter |
| Afstand Gythio | ca. 35 km (40 min. met de auto) |
| Afstand Kalamata | ca. 75 km (1 u. 15 min.) |
| Bus naar Gythio | 2–3 x per dag via KTEL Lakonias |
| Dichtstbijzijnde vliegveld | Kalamata (KLX), ca. 80 km |