Ioannina ligt op vijfhonderd meter hoogte in Epirus, ingeklemd tussen de heuvels van Pindos en het oeroude Pamvotida-meer. De stad is de hoofdstad van de regio en telt ruim 120.000 inwoners, van wie een derde student is. Dat geeft haar iets levendigs dat je bij weinig andere Griekse binnensteden aantreft: laat open koffiebars naast Byzantijnse klokkentorens, een universiteitscampus op wandelafstand van een Ottomaanse citadel.
Laag op laag geschiedenis
De stad werd voor het eerst vermeld in de 6e eeuw, maar de Kastro — de grote vesting die het centrum aan het meer domineert — groeide uit tot haar huidige vorm onder Byzantijnse en vervolgens Ottomaanse heerschappij. Binnen de muren wonen nog altijd mensen. Je loopt er langs tuinen met vijgenbomen, langs een koffiewinkel die tientallen jaren geleden werd geopend en er bleef, langs de ingang van de Aslan Pasha-moskee die nu een museum is.
Het meest in het oog springende hoofdstuk is dat van Ali Pasha, de Ottomaanse leeuw van Epirus. Hij heerste van 1788 tot 1822 over een groot deel van noordwest-Griekenland en had zijn machtsbasis in Ioannina. Zijn verhaal eindigde bloedig op het eiland in het meer, een plek die je nog altijd per bootje bereikt.
Het meer en het eiland
Het Pamvotida-meer is zeven miljoen jaar oud en behoort tot de Natura 2000-beschermde gebieden. Langs de oever loopt een brede promenade — 's avonds het domein van hardlopers, wandelaars en cafébezoekers. Vanuit de aanlegsteek bij het Plateia Mavili vertrekt elke twintig tot dertig minuten een kleine veerboot naar het eiland, een tien minuten durende overtocht.
Dat eiland — officieel naamloos, door bewoners gewoon to nisi (het eiland) genoemd — heeft een oppervlak van 0,675 km² en herbergt geen auto's, maar wel zes middeleeuwse kloosters, een museum over Ali Pasha en een handvol taverna's die gevulde pastry's en gegrild vlees serveren. Het is de enige bewoonde eiland in zijn soort in de wereld zonder officiële naam.
Zilversmeedkunst als levend erfgoed
Al in de 17e eeuw stond Ioannina bekend om zijn zilversmeden. Tegenwoordig zijn er nog altijd zo'n negentig werkplaatsen actief — geen museum, geen reconstructie, maar echte ambachtsateliers. Je ziet ze langs de Leoforos Karamanli, richting de vestingmuren: kleine ramen vol ringen, ketens en filigraanwerk. Het Traditional Crafts Center brengt het werk van 36 zilversmederijen samen onder één dak.
Hoe kom je er
| Vliegtuig | Luchthaven Ioannina (IOA), "Ioannis Vikelas". Bijna dagelijks verbindingen met Athene via Sky Express en Olympic Air. Vanuit de luchthaven rijdt buslijn 2 in circa 15 minuten naar het centrum; ticket €1,50. |
|---|---|
| Bus (KTEL) | Vanuit Athene vertrekt meerdere keren per dag een KTEL-bus naar Ioannina; de rit duurt circa vijf uur. Ook verbindingen met Thessaloniki, Preveza en Igoumenitsa. |
| Auto | Vanuit Athene via de Egnatia Odos of via Patras–Igoumenitsa (Ionia Odos). Ioannina ligt 77 km oost van de ferry-haven Igoumenitsa. Parkeren vlak buiten de Kastro is makkelijker dan in het centrum. |
| Omgeving | Metsovo ligt op 60 km, de Zagoria-dorpen op 30–50 km en het orakel van Dodoni op 22 km ten zuiden. Ioannina is een uitstekende uitvalsbasis voor Epirus. |
Beste reistijd
Ioannina ligt op hoogte en heeft een aanzienlijk ruwer klimaat dan de Griekse kust. Zomers zijn aangenaam (26–30°C), zelden zo heet als Athene of Thessaloniki. Maar de stad schittert juist in de overgangsmaanden: mei en juni als het meer vol staat en de heuvels rondom groen zijn, en september en oktober als de druiven rijpen in de Zagoria en de kastanjebossen in Metsovo verkleuren. In januari en februari kan er sneeuw liggen; de stad wordt dan schaatser en bergwandeling-minnaar tegelijk.
Tip: de studentenstad
Ioannina heeft een universiteit met meer dan 33.000 studenten. Dat betekent goedkope, lekkere eet- en drinkgelegenheden, met name rondom de Plateia Pyrrou en de straten achter het centrum. Vraag naar een lokale byrek (bladerdeegtaart met kaas) als ontbijt.