Wie voor het eerst over de dam naar Monemvasia rijdt, begrijpt meteen waarom dit dorp eeuwenlang onneembaar was. Aan de ene kant de Lakonische zee, aan de andere kant een verticale rotswand van bijna 300 meter, en daartussenin een stad die de tijd heeft laten staan.
De naam zegt alles: moni emvasia, "de enige doorgang". Dat ene toegangspoortje in de westelijke muur is nog steeds de enige manier om de benedenstad in te lopen — te voet, want auto's stoppen aan de buitenkant. Wat je daarna aantreft is een doolhof van keien, bogen en Byzantijnse kerken, omgeven door middeleeuws muurwerk dat rechtstreeks in de zee daalt.
Twee steden op één rots
Monemvasia bestaat feitelijk uit twee delen. De benedenstad — het kastro — ligt op het zuidwestelijke plateau van de rots en is volledig gerestaureerd. Huizen zijn omgebouwd tot boetiekhotels en restaurants, de kalderimi-steentjes zijn keurig bijgelegd, en de Elkomenos Christos-kerk met zijn klokkentoren staat er nog altijd indrukwekkend bij. Dat is het Monemvasia dat de meeste bezoekers kennen.
Wie de steile trap neemt naar de bovenstad, komt in een andere wereld. Hier zijn alleen ruïnes, wilde kruiden en de wind. Helemaal bovenop staat de Agia Sofia-kerk, gebouwd in de 12e eeuw en nog altijd overeind. Het uitzicht over de zee en de rotsformaties is op heldere dagen overweldigend. Reken op een kwartier tot twintig minuten klimmen, met goed schoeisel.
Gefyra: de moderne kant van het verhaal
Tegenover de rots, aan de andere kant van de dam, ligt Gefyra. Dit is het gewone Griekse dorp waar de supermarkt is, de apotheker, de meeste hotels en de bushalte. Sommige reizigers logeren hier omdat het merkbaar goedkoper is dan de boutique-accommodaties binnen het kastro. Gefyra is functioneel, niet bijzonder — maar met het beste uitzicht op de rots dat je je kunt wensen.
Praktisch
Monemvasia heeft geen eigen vliegveld. Het dichtstbijzijnde vliegveld is Kalamata (KLX), op ongeveer anderhalf uur rijden. Vanuit Athene rij je via de E65 richting Tripoli en dan Sparta; de totale rijduur is vier tot vijf uur. KTEL-bussen verbinden Monemvasia met Sparta en Athene (via Sparta, circa zes uur). Parkeren in Gefyra kost circa €2–5 per dag; auto's mogen het kastro niet in.
Malvasia — wijn die hier vandaan komt
Middeleeuwse Venetiaanse en Genuese handelaren verscheepten de gezoete wijnen van de Lakonische heuvels via Monemvasia naar heel Europa. Ze noemden die wijn naar de haven: Malvasia (in het Nederlands soms "Malvezij"). In 1997 richtte wijnmaker Georgos Tsibidis de Monemvasia Winery op met als doel de wijn terug naar zijn geboorteplek te brengen. In 2010 kreeg de zoete witte variëteit van zongedroogde Malvasia-druiven een PDO-kwaliteitsstatus. Je kunt hem in de winkels van de benedenstad proeven en kopen — meer hierover op de winkelenpagina.
Wanneer gaan?
Monemvasia werkt het best in mei, juni en september. De temperaturen zijn aangenaam (20–27 °C), de toeristische drukte is beheersbaar, en de accommodaties zijn betaalbaar. Juli en augustus zijn erg druk: de steegjes van de benedenstad lopen vol, hotelkamers zijn maanden van tevoren volgeboekt, en de zon is genadeloos op de witte stenen. In de winter is het kastro nagenoeg verlaten — sfeervol, maar veel restaurants en winkels zijn dan gesloten.